Luiheid is des duivels oorkussen

Meivakantie. Ik besef me net dat mijn vorige bijdrage aan het wereldnieuws al weer van drie weken geleden dateert!  Weet je nog? Ik  moest nog één week werken terwijl de rest van de familie al vakantie had…

Het is om te janken. Mijn twee weken zitten er ook al bijna weer op. Oké, IK had mooi weer en IK heb Pinkstermaandag nog, maar goed: dan zit het er wel op!

De titel van dit stuk slaat trouwens niet op mij. En ook mijn vrouw acht ik niet aangesproken.  De taalkenner heeft inmiddels al gezien dat dit niet een officieel Nederlands gezegde is; ik heb het aangepast. In deze vakantie is opnieuw een sluimerend conflict zichtbaar geworden tussen de opvoeders en de opgevoeden. De laatste categorie beschouwt vakantie niet als een periode van niets doen; als je even doorvraagt beschouwen ze vakantie meer als een voortzetting van schooluren, maar dan plaatsonafhankelijk, en ze zeggen er vrolijk bij dat het wel bevalt. De tijd, die door de opvoeders bij voorkeur wordt gebruikt om het kroost te voorzien van de nodige huishoudelijke bagage, zoals het stofzuigen, grasmaaien, auto wassen, bed afhalen en opmaken, afwassen, kleding opruimen, kamer aan kant maken, en meer van dit soort dingen, wordt door degenen die de opvoeding ondergaan bij voorkeur geheel anders ingevuld. Met als gevolg dat de internetverbinding op de kamers van de beide heren met enige regelmaat storingen vertoonde. Voor de rest van de vakantie was het best gezellig….

Zelf heb ik geen enkele last gehad van verstoring van het arbeidsritme. Dankzij het mooie weer ziet de tuin er uit om door een ringetje te halen, is de kwaliteit van het verfwerk grondig in kaart gebracht, is de zelfbouwtuinkussenkist-op-wielen afgebouwd, de voortuin opgeruimd, een aantal boeken uitgelezen en zijn sociale contacten aangetrokken. Met uitzondering van de contacten met Wifi, de kat.

Het stomme beest. Te stom om voor de duvel te dansen. Ja, ja, ik weet het, in mijn vorig blog heb ik haar opgehemeld, maar dat was ècht voorbarig. Want het is echt een stom beest. Of er mist een gen.

Eén van mijn huishoudelijke taken is het afsluiten van het huis bij het beëindigen van de dag. Op een avond (lang buiten gezeten bij de kachel,  en daarna nog even studie op de mailwisselingen) is alles in orde gemaakt, en moet slechts de kat nog uit de tuin naar binnen. Stel je voor: het is middernachtelijk 1 uur, ik ben moe en wil naar bed, spoor de kat op in het duister en het dier huppelt eindelijk vrolijk en snel naar binnen, de kamer in. Achter een muis aan. De muis voorop dus.
Kun jij rustig slapen in de wetenschap dat er een muis in je woonkamer rondhuppelt? Die misschien wel, terwijl jij op één oor ligt, de utp-kabels doormidden knaagt? Of het aanrecht in de keuken bestormt? Die her en der muizenkeutels deponeert? Ik niet. De komst van de muis deed mijn hart toeren maken. Mijn jachtinstict ontwaakte direct.
Dat van de kat niet. Die rende slechts achter het beest aan maar naderde nooit verder dan tot op 20 centimeter. Al mijn stimulerende woorden: het hielp allemaal niets. De kat wist slechts van het bestaan van een wezen op vier poten, met een lange staart, dat zich voortdurend voor haar verstopte. De kat dacht misschien aan een spelletje.
Ik niet! Voor mij was het bittere ernst! Die muis moest de deur uit en wel direct!

Zowel de muis als de kat werkten niet mee. De kat deed niet wat des kats was, en de muis kroop onder de buffetkast.
Besef je wat dat met een vermoeide burger doet? Middenin de nacht een loodzware buffetkast van de wand sjorren, met een bezemsteel de muis verleiden het duistere hol te verlaten, daaromheen zwalkend een kat die doorlopend het proces verstoorde door zich slechts te vertonen aan de muis?
Ik zal je de verdere details besparen. De muis koos uiteindelijk het hazenpad, terug naar de tuin; de kat volgde het beest naar buiten. Uiteindelijk was ik na een uur net zo ver als een uur eerder. Het was twee uur in het holst van de nacht. De kat was buiten en moest naar binnen. Ik heb de tuinslang gepakt, het beest voorzien van een flinke koude douche (waarna zij naar binnen vluchtte) en ben toen zelf de trap opgekropen naar mijn bed.

Vlak voor ik in slaap viel kwam ik plots tot het besef: ik had een muis het leven gered; als ze me nu maar niet binnenkort met de hele familie zouden komen bedanken…

Volgende keer: onderzoekend leren.

Dit bericht is geplaatst in Levenslessen, Muizenissen, Professie. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *